Klinkt als

29 maart 2008

Zenuwen zijn rare dingen, ongeveer net zo raar als maatstrepen in transcripties van oude muziek: je weet dat je ze liever niet hebt, maar een gezonde dosis kan vaak tot goede resultaten leiden. Tot op zeker hoogte dan, in beide gevallen.

De maatstrepen maakten dat ik ze tijdens mijn auditie voor de KTC vandaag vooral heel hard probeerde te negeren. Dit had als resultaat een glibberige slag die het welwillende koortje direct deed vertragen, en het commentaar dat ik het maar beter gewoon in tweeen kon doen.

De zenuwen maakten dat ik met een trillende onderlip mijn solfege-oefeningen onderging en dat ik later met een zeurend gevoel vlak onder mijn ribben (ken uw organen) huiswaarts keerde. Mijn eerste gedachte was dat ik toch maar niet meer moet roken, de tweede dat het toch echt waar is dat ik zojuist nerveus was geworden. En waarom?

Misschien omdat ik naast mijn aanleg vandaag ook had laten zien wat ik nog heb te leren. O wat klinkt dit correct, tijd voor losbandigheid…

Onder andere hiervoor heb ik dus geld neergeteld, op twintig april live te bewonderen.

Zou simpel zwart mijn inauthenticiteit kunnen verhullen – desnoods vergezeld door een wat gedeprimeerde blik?

I’m here!

18 maart 2008

Na bijna twee weken Istanbul merk ik dat ik me erger aan het verkeer hier in Nederland. Men doet dan wel alsof alles via de gebaande paden verloopt, maar voor je het weet word je afgesneden of schiet er toch nog even een auto voorbij. Het verkeer daar heeft geen pretenties: stoplichten geven de vage beweging aan wie er eerst mag, maar men kijkt pas naar die dingen als het recht van de sterkste geen uitkomst meer biedt. Neus in de wind en doorstappen is het devies. Hulpeloos en verleidelijk kijken wil ook wel eens helpen. Met mijn geaardheid bleek optie twee het meest succesvol.

De mensen daar hebben wel pretenties. Maar ja, die zou ik ook hebben tegenover miljonairs die door mijn straat kwamen wandelen, om de daarwonende arme intellectuelen en arbeiders in hun leefomgeving te komen bekijken alsof ze naar het museum gaan. Uitroepen als I’m here, yes please, where are you from? en tegen lief you want to make your wife happy? behoren tot het standaardcredo dat tegenover toeristen wordt aangewend. Denk daar nog zwaaiende handen en armen bij en een lach van oor tot oor en je hebt het beeld te pakken van een doorsnee straathandelaar in Istanbul.

Toch heb ik naast deze noodzakelijke aanklamperij ook een ander soort nieuwsgierigheid ervaren: mensen in Istanbul spreken je vanuit het niets aan omdat je een interessante buitenlander bent en willen je maar al te graag de weg wijzen als je moeite hebt met de schaal van de stadsplattegrond. Plaats dit alles tegen de achtergrond van de Bosphorus met aan de horizon de silhouetten van een moskee en een wirwar van huizen, en je hebt wel ongeveer een indruk van mijn vakantie.

Als je slechts een ouderwetse spiegelreflexcamera tot je beschikking hebt zoals ik, dan moet je het hier toch maar met de woorden doen om de beelden op te roepen. Gelukkig houd ik wel van woorden, meer dan van camera’s overigens.

Na u

1 maart 2008

Deze spiegel heeft mij tot het diepere inzicht gebracht dat vorige levens bestaan en dat ik een kat moet zijn geweest.

Mijn nieuwe liefde volgend kom ik tot het besef dat deze net zo leeft als ik: solitair rondkijken, van tijd tot tijd een onbedaarlijke behoefte krijgen om in slaap te sukkelen (het liefst in opgekrulde houding), dan weer bruut uit de slaap worden gewekt door onbekende geluiden die in eerste instantie vijandigheid betekenen en tot slot het continu vragen om aaitjes (jawel dus).

Wat niet in deze vergelijking past zijn mijn drang naar muziek en de behoefte aan mooie woorden. Dit wijt ik gemakshalve maar aan de evolutie, die er nu eenmaal voor heeft gezorgd dat we ons met dergelijke luxeproducten kunnen vermaken.

He, fijn toch die zelfkennis.